Denk je er te zijn met een borgstelling, blijkt de echtgenoot niet te hebben meegetekend. Vernietiging van de borgstelling is vaak het gevolg en weg is de zekerheid.

Dit overkwam ook een partij die meerdere werkzaamheden had uitgevoerd voor in totaal circa EUR 40.000,- (Uitspraak).

De betaling bleef uit en pas toen de opdrachtnemer het faillissement van de opdrachtgever had aangevraagd bond deze laatste in.

De opdrachtgever kwam met de oplossing, hij stelde zich in privé borg, voor zover het alsnog niet tot een betaling kwam. De uitkomst mag zich laten raden, de betaling bleef uit.

De opdrachtnemer deed daarop een beroep op de borgstelling.

De echtgenote van de opdrachtgever zag dit echter anders. Zij vernietigde de overeenkomst van borgtocht namelijk met een beroep op artikel 1:89 lid 1 BW:

Een rechtshandeling die een echtgenoot in strijd met het vorige artikel heeft verricht, is vernietigbaar; slechts de andere echtgenoot kan een beroep op de vernietigingsgrond doen.

De echtgenote stelde geen toestemming te hebben gegeven voor het aangaan van de borgtochtovereenkomst door de opdrachtgever/haar echtgenoot, terwijl die toestemming wel nodig was op grond van artikel 1:88 lid 1 BW.

Het oordeel

Op grond van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW behoeft een echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot voor overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg verbindt.

Voor het aangaan van de overeenkomst van borgstelling, zoals de opdrachtgever die had gesloten, behoefde hij naar de mening van de rechtbank inderdaad de toestemming van zijn echtgenote.

Dit zou slechts anders zijn indien kan worden vastgesteld dat de opdrachtgever de overeenkomst is aangegaan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf.

De rechtbank oordeelde dat van dit laatste geen sprake was en concludeerde dan ook dat de door de opdrachtgever aangegane overeenkomst van borgtocht een rechtshandeling was, waarvoor de echtgenote toestemming had moeten geven. Dat een dergelijke toestemming was gegeven kon de opdrachtnemer niet aantonen.

De vordering van de opdrachtnemer werd (dus) afgewezen.

Eenvoudige, doch belangrijke tip[1]:

Stel een beleid op voor uw bedrijf en uw werknemers dat standaard dient te worden opgevolgd bij het sluiten van overeenkomsten[2], zoals een overeenkomst van borgtocht. Een dergelijk beleid kan veel geld besparen.

Eén van de vragen welke in ieder geval onderdeel van het beleid moet zijn, voor zover van toepassing, is de vraag: ,,Gehuwd? Zo ja, heeft de echtgenoot/echtgenote meegetekend?”

Hulp nodig bij het opstellen van een dergelijk beleid of andere vragen?

Michel Visser (visser@fishermanadvocaten.nl)

[1] Dit geldt natuurlijk niet alleen voor het sluiten van een overeenkomst van borgtocht.

[2] In ieder geval ten aanzien van de rechtshandelingen waarop artikel 1:88 BW ziet.

Comment